Nieuws

De toon maakt de muziek

Een man spreekt voor een groep in een lichte, moderne ruimte.

Muziek is emotie en beleving. Voor mij staat dat buiten kijf. Vrijwel mijn hele leven heeft muziek mij gedragen. Bij dromen en verdriet, bij verliefdheden en momenten van euforie, en alles daartussenin. In 1991 was ik één van de medeoprichters van LocoFM. Tot op de dag van vandaag presenteer ik wekelijks een popprogramma, inmiddels bij buurtomroep LOEfm, onder de titel Op Dokter’s Recept, dat zijn oorsprong vindt in november 1992. Toen De Huiskamer van Wezep en het CDA Oldebroek mij vroegen om voor aanwezigen te spreken over muziek en politiek, was ik direct enthousiast, al diende zich tegelijk een vraag aan: wat is er eigenlijk politiek aan muziek?

Het antwoord diende zich snel aan: maatschappij, samenleving en politiek staan niet los van elkaar. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Sterker, ze zijn in elkaar verweven. In mijn benadering is politiek daarbij geen doel op zich, maar een instrument dat dienstbaar hoort te zijn aan mensen, de samenleving, de democratie, de rechtsstaat, beschaving en welvaart.

Politiek in het Nederland van vóór de jaren zeventig was eigenlijk saai. Het toneel werd vrijwel volledig bevolkt door mannen; vrouwen waren schaars. Podia, open debatten of muziek speelden daarin nauwelijks een rol. Hoge heren in vergaderzalen, grossierend in moeilijke woorden en lange zinnen, om het wat simplistisch samen te vatten. Dat veranderde begin jaren zeventig, toen campagnetechnieken uit de Verenigde Staten naar Nederland overwaaiden. Daarmee begon het tijdperk van de professionele politieke campagne. Muziek en kunst kregen daarin een nadrukkelijke en zichtbare plek.

Joop den Uyl (PvdA) en Hans Wiegel (VVD) begonnen met inzet van levendige campagnes en publieke debatten. Dat was een breuk met wat Nederland tot dan toe gewend was. Beiden bleken bovendien uitzonderlijk talentvol en wisten scherpe debatten te voeren.

In 1972 voerde Wiegel een spraakmakende campagne onder het motto ‘Houd Den Uyl uit het Catshuis’. Legendarisch werd het televisiedebat waarin hij, wijzend naar Den Uyl, de inmiddels historische woorden sprak: “Sinterklaas bestaat, hij zit daar!” Wiegel en Den Uyl introduceerden daarmee in Nederland niet alleen negative campaigning en moderne debattechnieken, maar ook het strategische gebruik van muziek binnen politieke campagnes. Zo bracht Jaap van de Merwe in 1971 de campagnesingle ‘Op de hele wereld is geen Uyl te koop zo mooi als onze Joop uit’.

Er is door de jaren heen veel muziek verschenen met een duidelijke politieke inslag. In mijn optiek gaat het daarbij vooral om muziek met een maatschappelijke lading. Artiesten die een stem geven aan wat er leeft binnen de samenleving en de publieke opinie. Die politiek en maatschappij een spiegel voorhouden. Soms in de vorm van een uitgesproken protestsong. Soms door politici te karikaturiseren of op de hak te nemen. Of door vanuit een expliciet politiek gekleurde achtergrond liedjes te maken, zoals Bob Fosko, die veel van zijn muziek schreef vanuit zijn SP-achtergrond. Een ander voorbeeld is Vader Abraham, die samen met Boer Koekoek het nummer Den Uyl Is In Den Olie uitbracht. Dat nummer stond bovendien niet op zichzelf binnen zijn repertoire van politiek geëngageerde liedjes.

Voor muzikanten is dat overigens niet altijd eenvoudig, omdat openlijk kleur bekennen ook betekent dat een deel van het publiek zich kan afkeren. Dat heeft directe gevolgen voor succes, zichtbaarheid en airplay op de radio. Zo leidde het uitbrengen van ‘Gijzelaar’ in 1982 door Het Goede Doel tot een boycot door omroep TROS. Ook Normaal mengde zich expliciet in het politieke debat met het nummer ‘Politiek (is mien geen bliksem weert)’. Die hit werd jaren later door Bennie Jolink herschreven, omdat hij de oorspronkelijke kritiek uiteindelijk zelf misplaatst vond.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw was werkloosheid een hardnekkig maatschappelijk gegeven. Janse Bagge Band wist met het nummer ‘Sollicitere’ de uitzichtloosheid van die periode treffend voelbaar te maken. Ook de dreiging van de Koude Oorlog klonk nadrukkelijk door, bijvoorbeeld in ‘De Bom’ van Doe Maar.

Nog voordat de Nederlandse politiek zelf muziek actief ging inzetten, waren er al artiesten die zich kritisch, strijdbaar of ronduit boos uitspraken richting publiek en politiek. Te denken valt aan Armand (Herman van Loenhout), Boudewijn de Groot (tekstschrijver Lennaert Nijgh) en Cornelis van Vreeswijk.

In de jaren zeventig vormden Van Kooten & De Bie op televisie bij de VPRO het Simplisties Verbond. Hun lp’s bereikten zelfs de top tien van de albumverkooplijsten. De politieke persiflagepartij ‘De Tegenpartij’, met de veelzeggende ondertitel “De Partij voor alle Nederlanders die niet meer tegen Nederland kenne”, werd zó populair dat de heren hun personages Jacobse & Van Es vlak voor de verkiezingen van 1981 symbolisch lieten ‘vermoorden’ op het Binnenhof, uit vrees dat de satire zó aansloeg bij het publiek dat zij bij de Tweede Kamerverkiezingen daadwerkelijk zetels zouden kunnen behalen.

Ook internationaal verscheen veel muziek met een uitgesproken politiek-maatschappelijke toon. Vanaf de protestsongs in de jaren zestig, maar ook vandaag de dag. Zo bracht Bruce Springsteen recent het openlijk kritische nummer ‘The Streets of Minneapolis’ uit.

Ik zou er uren over kunnen praten of schrijven, maar heb toch maar gekozen voor een Spotify-playlist waarin diverse politieke en maatschappelijk kritische songs zijn verzameld.

sdolink.nl/spotifybj

Tijdens de sessie in De Huiskamer van Wezep ontdekten CDA-wethouder Beerd Flier en ikzelf nog een opvallende overeenkomst: we blijken allebei gevoelig voor het stampvoetende en meeslepende protestnummer ‘Killing in the Name’ van Rage Against the Machine. Wie het nummer niet kent, doet er goed aan het alsnog eens op te zoeken.

Mijn dank gaat uit naar De Huiskamer van Wezep en naar de zeer betrokken aanwezigen bij de presentatie die ik mocht verzorgen. Ik heb ervan genoten!

Bert-Jan Dokter

Kandidaat Sociaal & Duurzaam Oldebroek