In Oldebroek zetten we de schouders eronder

In Oldebroek zorgen we voor elkaar. Dat is wie we zijn, en dat is altijd al zo geweest. Van Wezep tot Oosterwolde, van Hattemerbroek tot ’t Loo: onze dorpen draaien op mensen die naar hun buren omkijken. Het is de kerk in Wezep die een inzamelingsactie houdt voor gezinnen in nood. Het is de voetbalclub in Oosterwolde die jongeren opvangt die het thuis moeilijk hebben. Het is het dorpshuis in Hattemerbroek die zorgt dat er koffie is voor wie anders alleen zit. Dat is de manier waarop wij het hier doen en daar zijn we trots op.
Wat wij zagen in Harderwijk
Eerder dit jaar brachten wij een werkbezoek aan het asielzoekerscentrum aan de Graaf Ottolaan in Harderwijk. Tien jaar geleden werd daar een afspraak gemaakt met de wijk: het AZC zou er hooguit tien jaar staan, en sluiten op 1 juni 2026. Tien jaar is tien jaar, zo werd beloofd.
Op het moment van ons bezoek was die sluiting in volle voorbereiding. Medewerkers hadden al te horen gekregen naar welke andere locaties zij zouden worden overgeplaatst. Voor de bewoners gold een andere planning. Zij zouden pas een dag van tevoren te horen krijgen waar zij naartoe zouden gaan. Velen waren toen al begonnen met wat in het AZC “ontspullen” wordt genoemd: bezittingen wegdoen, want er mag uiteindelijk maar één koffer mee. Kan je het je voorstellen?
De afspraak gaat niet door
Op 19 mei 2026 maakte het COA bekend dat de sluiting van het AZC in Harderwijk voorlopig niet doorgaat. Hoe lang het nog openblijft is onduidelijk. De reden: er zijn elders in het land te weinig opvangplekken gerealiseerd om alle bewoners onder te brengen. De gemeente Harderwijk reageert teleurgesteld en stapt naar de rechter om de sluiting alsnog af te dwingen.
Wat in Harderwijk gebeurt, is geen unieke situatie. Ook in Hardenberg loopt de sluiting van het AZC vast op hetzelfde probleem: er is geen plek elders. Een aantal gemeenten heeft hun aandeel tot nu toe niet of nauwelijks ingevuld, waardoor de last blijft liggen bij gemeenten die wel hun verantwoordelijkheid namen. Harderwijk, Ter Apel, Hardenberg: gemeenten die afspraken maakten, zien diezelfde afspraken nu opzij geschoven worden omdat anderen niet thuis gaven.
Een onderzoek van de Universiteit van Groningen onder ruim 2.600 inwoners rond Nederlandse asielzoekerscentra liet eerder al zien dat klachten over opvang zelden over de bewoners zelf gaan. Ze gaan bijna altijd over de overheid: te weinig informatie, te weinig inspraak, te weinig duidelijkheid. Dat herkennen wij. Het verklaart waarom dit thema in heel Nederland zo gespannen is. Niet omdat mensen geen ruimte willen maken voor anderen, maar omdat ze het gevoel hebben dat afspraken die met hen worden gemaakt, ergens onderweg verdampen.
Een vertekend beeld
In Loosdrecht, IJsselstein, Tilburg, Apeldoorn en op andere plekken zijn de afgelopen maanden protesten geweest. Soms vreedzaam, soms uit de hand gelopen. Wie het journaal volgt, krijgt makkelijk de indruk dat heel Nederland zich keert tegen de opvang van asielzoekers. Onderzoek laat een ander beeld zien.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau publiceerde in april 2025 het rapport Migratie als spiegel van maatschappijbeelden en kwam tot een verrassende conclusie. Het merendeel van de Nederlanders denkt gematigd over migratie. Slechts een paar procent wil de grenzen volledig sluiten. De publieke opinie is in de afgelopen twintig jaar bovendien niet negatiever geworden. In 1994 vond 49 procent van de Nederlanders dat er te veel mensen van een andere nationaliteit in Nederland woonden. Inmiddels is dat 31 procent.
Een tweede cijfer dat het beeld nuanceert. Bij de 34 anti-AZC-protesten sinds januari 2025 werden 163 mensen aangehouden. Van de gearresteerden van wie de woonplaats bekend was, kwam 42 procent van buiten de gemeente waar werd geprotesteerd. In Loosdrecht reisden mensen tot honderd kilometer om aanwezig te zijn. Wat op het journaal lijkt op lokale verontwaardiging, is in werkelijkheid vaak een georganiseerde beweging die zich verplaatst van gemeente naar gemeente. Burgemeesters van onder andere Uden en Loosdrecht spraken hun zorg uit over de invloed van die buitenstaanders.
Je moet er niet aan denken dat zulk geweld zich ooit in onze gemeente zou afspelen. Brand voor het gemeentehuis. Politie en brandweer bekogeld met stenen. Hulpverleners die hulpverleners moeten beschermen. Vandalisme. Dat past niet bij wie wij in Oldebroek willen zijn. Daar willen wij ver vandaan blijven.
Het viel ons daarom op dat raadslid Tom de Nooijer (CVO) persoonlijk aanwezig was in Loosdrecht tijdens de rellen rond de opvanglocatie. Iedereen heeft het recht om te demonstreren. Tegelijkertijd vinden wij het opvallend dat een lokale politicus uit Oldebroek de gang maakt naar een protestlocatie waar geweld de boventoon voert. Dat is niet de toon die wij hier in onze gemeente willen versterken.
En hier in Oldebroek?
En dan komt het dichterbij. Ook Oldebroek heeft een opgave vanuit de Spreidingswet. Het gaat om 141 mensen die opvang verdienen. In een gemeente van 24.529 inwoners. Dat is één asielzoeker op iedere 174 Oldebroekers. Daar kunnen we toch wel een plek voor verzinnen?
Want laten we eerlijk zijn over wat we Oldebroek allemaal kunnen. Wij hebben drieduizend bedrijven die hier zijn neergestreken, van akkerbouw en logistiek tot zorg en techniek. We hebben meer dan zesduizend vrijwilligers. Wij vingen na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in 2022 tientallen mensen op zonder dat het ergens spaak liep. Een gemeente die dat allemaal voor elkaar krijgt, mag zich met opgeheven hoofd buigen over een opgave van 141.
Wij snappen dat het thema gevoelig ligt. Wij snappen ook dat veel inwoners zich zorgen maken, niet omdat zij niemand willen helpen, maar omdat zij afspraken willen kunnen vertrouwen en zich gehoord willen voelen. Daar zit de echte vraag. Hoe organiseren we de opvang zorgvuldig, met duidelijke termijnen, in goede afstemming met omwonenden, en op een manier die past bij de schaal van onze dorpen? Daar willen wij over praten. Met inwoners, met onze partners in de regio, en met de mensen die het straks aangaat.
Het is verleidelijk om hard te roepen dat we het niet willen. Het is moeilijker om de schouders eronder te zetten. In Oldebroek hebben wij altijd voor het tweede gekozen. Voor elkaar opkomen is niet alleen iets wat we zeggen. Het is iets wat we doen.
In onze dorpen kijken wij om naar elkaar. Naar de buurvrouw die vastloopt in de zorg, naar de starter die geen huis kan vinden, en straks misschien naar de man of vrouw die wacht op een beslissing over hun toekomst. Wij geloven dat dat kan, hier in Oldebroek. Daarvoor is meer nodig dan een sterke mening. Het vraagt om bestuurders die afspraken nakomen, inwoners die meepraten en politici die de schouders eronder zetten. Dát is het Sociaal & Duurzaam Oldebroek waar wij voor gaan.